Lezers uit de doelgroep van dit weblog zullen het bijbelcitaat in de titel meteen herkennen. Hebreeën 13:17 roept de gemeente op ervoor te zorgen dat leiders hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben. Oftewel dat zij ‘niet al zuchtende’ hun werk kunnen doen. Toch wordt er onder predikanten veel gezucht. Het werk is nooit klaar en de verwachtingen vanuit de gemeente zijn vaak onrealistisch hoog.

Wat kan hieraan gedaan worden? De bijbeltekst legt een grote verantwoordelijkheid bij de gemeente. Kerkenraad en kerkverband hebben een belangrijke functie bij het beschermen van een predikant tegen al te grote claims vanuit de gemeente en tegen zichzelf.  Gelukkig is er in veel kerken op dit punt al veel verbeterd.

Maar dat is niet hele verhaal. Ik ben zelf ook verantwoordelijk voor mijn eigen functioneren bij het werk in de wijngaard. Wat kan ik doen om te voorkomen dat ik zuchtend mijn diensten, bezoeken en vergaderingen afwerk?

De amerikaanse schrijver Stephen Covey heeft mij daarbij een bruikbaar handvat aangereikt: het principe van proactiviteit. Covey is de auteur van de beststeller ‘The seven habits of highly effective people‘. Dat klinkt erg Amerikaans en besmet met het maakbaarheidsvirus – en daar is het inderdaad niet vrij van.

Maar toch. Wat Covey schrijft over proactiviteit is gewoon heel bruikbaar. Hij maakt onderscheid tussen:

  • dingen die je bezig houden (‘concern’)
  • dingen waar je iets aan kunt doen (‘influence’)

De dingen die je bezig houden zijn vaak omvangrijker dan de dingen waar je iets aan kunt doen. Of, zoals Covey het zelf schematisch weergeeft: de ‘circle of concern’ is groter dan de ‘circle of influence’. Praktisch voorbeeld: Er zijn meer mensen te bezoeken in de gemeente dan dat jij aankunt. Of: De verschillen in de gemeente zijn groter dan jij kunt overbruggen.

Het gevaar is volgens Covey dat we ons reactief opstellen. Dat betekent: Je laten beheersen door de omstandigheden. Dan verzucht je al snel: ‘De gemeente is te groot’. ‘Er zijn te weinig mensen die mij helpen’. ‘Ze begrijpen het niet’.

Hier kan het principe van proactiviteit uitkomst bieden. Proactiviteit betektent dat je jezelf de vraag stelt: ‘Wat kan ik eraan doen?’ Je probeert vanuit de ‘circle of influence’ iets te doen aan de omstandigheden (‘circle of incluence’). Soms kom je dan tot de ontdekking dat je er gewoon echt niets aan kunt doen – en dan is het zaak om je te richten op andere dingen.

Maar vaak blijkt dat je er wel degelijk iets aan kunt doen.  En dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Proactief-zijn kan betekenen: De telefoon pakken en de situatie bespreekbaar maken. Het gewoon tegen de kerkenraad zeggen dat je het echt te druk hebt. Informatie aanvragen over een cursus gesprekstechniek. Enz.

Het principe van proactiviteit is geen haarlemmerolie waarmee al deze situaties in één keer zijn opgelost. Maar het biedt een concreet handvat in lastige situaties. En soms levert me dat een zucht van verlichting op.

Advertenties