Het is inmiddels breed geaccepteerd dat ook een predikant een privéleven heeft. Er zijn momenten dat de dominee gewoon ‘Jan’ is en thuis op de bank zit. Veel predikanten hebben werk en privé op een bepaalde manier gescheiden. Zo heb ik zelf bij de pastorie een werkkamer met eigen ingang en een aparte telefoonaansluiting.

Toch zet ik boven deze post een vraagteken achter de scheiding werk-privé. Niet omdat ik het wil hebben over het bijzondere karakter van het ambt van predikant, dat zich uiteindelijk niet laat vangen in een simpele scheiding tussen ‘werk’ en ‘privé’. Nee, deze post heeft geen principiële, maar een praktische insteek.

Denk aan de volgende situatie: Je zit in de huiskamer de krant te lezen en plotseling denk je aan dat ene telefoontje dat je toch echt moet plegen. Weg rust. Of je bent bezig met de preekvoorbereiding, maar je gedachten dwalen af naar het aanvraagformulier voor de zwemles van je dochter. Weg concentratie. Deze voorbeelden laten zich makkelijk vermenigvuldigen. Bij mij wel tenminste.

Wat blijkt? Wij kunnen fysiek wel een scheiding proberen aan te brengen tussen werk en privé, maar mentaal lukt dat veel minder. We hebben maar één brein dat heel veel verschillende dingen kan en moet verwerken. En daarbij houdt het zich meestal niet aan het (oppervlakkige) onderscheid tussen huiskamer en werkkamer. Integendeel. Vaak denk je weer aan de preek, of aan een belangrijke afspraak als je met iets heel anders (ontspannends!) bezig bent.

Ik heb op dit punt het nodige geleerd van David Allen, de auteur van Getting Things Done. Hij heeft mij bevrijd van de drang om krampachtig werk en privé te willen scheiden. Een bepaalde scheiding is natuurlijk goed en zinnig, maar accepteer verder dat dingen soms door elkaar heen lopen. Het is veel belangrijker om je brein te ontlasten door alles wat je bezighoudt – werk en privé – op te slaan in een systeem buiten je geheugen.

In een latere post wil ik nog wat nader ingaan op de theorie van David Allen. Nu alvast de bottomline:

  1. Verzamel alle ‘input’ in je leven op één centraal punt: de inbox. Dus: maak een notitie van dat belangrijke telefoontje en dat aanvraagformulier voor zwemles. Zorg vervolgens dat het in je inbox terechtkomt. En lees dan verder in de krant of ga door met het werk aan de preek.
  2. Zorg voor een compleet overzicht van alle projecten waar je mee bezig bent. (Project = elk doel dat je wilt of moet bereiken en waarvoor meer dan één handeling nodig is). En ook hier geldt: maak geen gekunsteld onderscheid tussen werk en privé. Je fiets repareren kan net zo goed een project zijn als het maken van een preek.
  3. Houd ten slotte lijstjes bij met actiepunten bij elk project (‘next actions’). Op dit punt wordt het onderscheid werk-privé weer zinvol. Je kunt acties bv. heel goed indelen op basis van verschillende contexten. Zo heb ik een lijstje @werkkamer en een lijstje @woonkamer. Maar wees daarbij flexibel. Ik vind het rustgevender dat ik het overzicht bewaar en doe wat echt gedaan moet worden, dan dat ik mijzelf houd aan een rigoureuze scheiding van werk en privé.
Advertenties