Het gebruik van wachtwoorden heeft het afgelopen decennium een ongekende vlucht genomen. Natuurlijk waren sjibbolets in de Bijbelse oudheid al in zwang— zie Richteren 12, maar in de huidige internetsamenleving is het alledaagse gebruik ervan geïntensiveerd. Voor allerlei sites hebben we een wachtwoord nodig. Maar hoe onthoud je die?

De meest gebruikte en slechtste oplossing is: hetzelfde, makkelijke wachtwoord gebruiken voor elke site waar je moet inloggen. Met slecht bedoel ik: meest onveilig. Op deze manier wordt het voor kwaadwillenden op het internet erg makkelijk om, als het wachtwoord eenmaal is gekraakt, toegang te krijgen tot persoonlijk informatie. Ik heb ook zo’n huis-tuin-en-keuken-wachtwoord, maar gebruik het alleen voor sites waar ik geen persoonlijke gegevens hoef achter te laten.

De minst gebruikte en beste oplossing is: voor elke site een uniek wachtwoord gebruiken. Met best bedoel ik: Het meest veilig. Maar, toegegeven, niet heel erg praktisch. Er zijn wel trucjes voor trouwens.

1. Gebruik een in zichzelf betekenisloze combinatie van tekens, die je wel makkelijk kunt onthouden. Bv. MtJ89@020 (‘Mijn tante Jacoba van 89 woont in Amsterdam’). Helaas accepteert niet elke site bijzondere tekens en het verschil tussen kleine letters en hoofdletters.

2. Werk met een combinaties van een generiek en een specifiek wachtwoord. Bv. op de site van het NRC Handelsblad inloggen met het wachtwoord MtJ89@020+NRC.

Een middenweg tussen veilig en praktisch is het gebruik van een beveiligde (‘versleuteld’) programma dat je wachtwoorden opslaat. Je hebt deze programma’s in twee varianten: softwarematig (opslag op de eigen PC) en als online-toepassing (opslag op de computer van de aanbieder van het programma). Ik gebruik zelf voor veel sites het online-programma Passpack.

Advertenties