Een gastbijdrage van P.W.J. (Willem Jan) van der Toorn over Wil Derkse, Een levensregel voor beginners. Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven, Tielt: Lannoo, 2003.

Aanzet

Wanneer je veel taken hebt en verantwoordelijkheden draagt, waardoor je allerlei zaken systematisch aan moet pakken en waarbij een methode als die van David Allen je enorm kan helpen (en dat geldt niet alleen voor predikanten, maar net zo goed voor iedere werknemer, leidinggevende enz.),  is het ook raadzaam om na te denken over de vraag hoe je de dingen doet, met welke intentie, op welke manier, tot welk doel. Heel belangrijk daarbij is het streven naar balans, want je kunt bezig blijven!

Wil Derkse weet daar alles van als hoogleraar, directeur, schrijver en docent. Door zijn kennismaking met het monastieke leven en met name met de benedictijnse variant, heeft hij veel geleerd voor zichzelf als het gaat om deze vragen. In dit boekje weet hij dat op een prachtige manier door te vertalen naar vormen van samenleven en samenwerken buiten de muren van het klooster. Zo is dit boekje ook zeer bruikbaar voor predikanten; m.i. is dit boekje zelfs een must als aanvulling op de methode GTD.

Timemanagement

Wil Derkse past in dit boekje benedictijns ‘timemanagement’ toe op een manier die jaloers maakt, die aanstekelijk werkt (en waarbij de titel van het boekje je stimuleert om de moed niet te laten zakken…). Nadat je dit boek hebt gelezen weet je hoe je moet beginnen met werken en ook op tijd weer stoppen. Je beseft dat je rust ook moet nemen om jezelf op te laden, geestelijk gezien.

Benedictijns tijdmanagement wordt als volgt samengevat in de titel van hoofdstuk IV: ‘Een gevulde agenda, maar nooit druk.’ Nu, als dat geen verlangen is voor ieder van ons!

Hoofdstuk IV is het laatste hoofdstuk en vat zodoende samen wat ervoor allemaal besproken is. Hoe kom je daar nu toe, dat je inderdaad allerlei @-lijstjes hebt, takenlijsten, projectlijsten, noem maar op, die steeds weer worden aangevuld, dag na dag, week na week, en het dan toch ‘nooit druk’ te hebben? Dat heeft alles te maken met de houding die je inneemt ten opzichte van je taken.

Slechts ter aanduiding geef ik de drie kernwaarden weer van die houding. De inhoud moet u beslist zelf lezen in het boek. De basishouding die aan die drie vooraf gaat is die van luisteren en respons geven, het Latijnse obsculta of ausculta. De eerste kernwaarde is die van de stabilitas: erbij blijven, niet weglopen. De tweede is de conversatio morum: dagelijks verbetermanagement. De derde gaat om obedientia: het aan elkaar gehoor geven. Deze levenshouding je eigen maken vraagt dat je dit leert toe te passen in het klein om het zo ook in het groot te kunnen. Wees aandachtig bij alles wat je doet.

Hele leven

Naast het belangrijke aspect van het beheersen van je tijd is dit boekje nadrukkelijk breder dan dat. Het gaat in de regel van Benedictus om het hele leven. Dat wil zeggen: het gaat niet alleen om wat je doet, maar zeker ook om wie je bent. Juist een predikant zal dat in het oog (moeten) houden.

Goed tijdmanagement is immers nog geen garantie voor een goede invulling van prediking en pastoraat. Ten diepste, zou je kunnen zeggen na het lezen van dit boekje, kun je met een briljante beheersing van tijdmanagement evengoed nog niet vruchtbaar zijn. En dat is zonde. Want de diepste bedoeling van benedictijnse spiritualiteit is: ut in omnibus Deus glorificetur (dat God in alles verheerlijkt wordt). Alles biedt een kans om Gods lof te bezingen; elke activiteit kan geheiligd worden.

Nadrukkelijk gaat Wil Derkse in op benedictijns leiderschap. Die houdt in dat je mensen stimuleert tot groei. Mensen in het ambt worden zonder twijfel op scherp gezet, wanneer ze deze hoofdstukken lezen en vervolgens in de spiegel kijken.

Evaluatie

Dit is een boek dat je veel inspiratie geeft voor een goede wijze van leven, waarbij je op een goede manier gebruik leert maken van tijd, en waarbij je tegelijk leert om je telkens te laten vullen bij de Bron, omdat je anders ‘verdroogt’. In dat kader bespreekt Wil Derkse ook Psalm 1. Zo is er veel om te overwegen, om over na te denken; met recht een boek om te herkauwen.

Daar word je trouwens in het inleidende woord toe opgeroepen:

“Lees het langzaam, en dus in niet al te grote porties. Het is niet bedoeld om snel wat informatie uit te vergaren, om na diagonaal lezen haastig wat bruikbare tips met een groene stift te markeren, om in twee avonden tot een hoger inzicht te komen. In de benedictijnse traditie kennen we de lectio divina of geestelijke lezing. Daarin wordt een tekst waarin je iets voedzaams hoopt aan te treffen heel langzaam gelezen, en wel tot iets je raakt. Dan stop je. Wat je geraakt heeft bekijk je nog eens opnieuw, en rustig associërend overweeg je hoe het kwam dat je geraakt werd, wat dat eigenlijk was, en wat daarop je antwoord zou kunnen zijn. Het is een soort proevend herkauwen van een tekstfragment, totdat je denkt dat je er de voedende sappen wel zo’n beetje uit hebt gehaald – de oude monniken noemden dit ruminatio, het Latijnse woord voor wat koeien met gras doen. Dan lees je langzaam verder tot (hopelijk) opnieuw iets je raakt.”

Ik heb er inderdaad twee maanden over gedaan. Soms heb ik een hoofdstuk of een paragraaf na een paar dagen nog eens gelezen. Soms ben ik na een hoofdstukje wat dagen gestopt met lezen om het gelezene eerst eens een paar dagen in praktijk proberen te brengen. Dat is zeer vruchtbaar, kan ik u melden.

Slot

Ik wil deze aanbeveling, die alleszins een lofzang wil zijn, graag besluiten met enkele regels van de achterkant van het boekje:

Een levensregel voor beginners kan een bron zijn van levensélan, levensoriëntatie en levensstijl. Zeker voor wie in een positie van extra verantwoordelijkheid verkeert.”

En dan geldt voor mij – beginner – dat dit boekje daadwerkelijk zo’n bron geworden is. Ik daag u uit: zie voor uzelf!

 

Advertenties